Rond het sportpark komen er nieuwe bomen en groenstroken bij. Daarbij hebben we bewust gekozen voor soorten die hier van nature thuishoren. Zoals de linde, eik en kersenboom. Deze bomen zijn niet alleen mooi om te zien, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de natuur.
Meer variatie, meer leven
Doordat er straks verschillende soorten bomen naast elkaar staan, wordt de natuur rijker en sterker. Dat is goed voor de 'biodiversiteit': hoe meer soorten planten en bomen, hoe meer dieren en insecten er kunnen leven. Zo trekt een zomereik honderden insectensoorten aan, terwijl een plataan dat bijna niet doet. Met de nieuwe keuzes komt er dus meer leven in het park.
Welke bomen komen er?
Hieronder sommen we op welke bomen we straks planten. De gewone naam staat voorop, de Latijnse naam erachter:
- Zomereik (Quercus robur)
- Veldesdoorn (Acer campestre)
- Iep (Ulmus lobel)
- Hopbeuk (Ostrya carpinifolia)
- Winterlinde (Tilia cordata)
- Amberboom (Liquidambar styraciflua)
- Japanse honingboom (Styphnolobium japonicum)
- Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum)
- Beuk (Fagus sylvatica)
- Haagbeuk (Carpinus betulus)
- Watercipres (Metasequoia glyptostroboides)
- Turkse hazelaar (Corylus colurna)
- Zoete kers (Prunus avium)
- Walnoot (Juglans regia)
- Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia)
Wanneer planten we de bomen?
We kunnen de bomen pas planten als de werkzaamheden aan de parkeerplaatsen klaar zijn. Dat is makkelijker met transport. En hoe meer we tegelijk kunnen platen, hoe lager de kosten. De verwachting is dat we de eerste bomen eind 2025 of begin 2026 planten.
Groene plekken door het hele park
Niet alleen langs de parkeerplaatsen, maar ook op andere plekken komt straks meer groen terug. Denk aan de Parklaan, het zwembadterrein en de entrees van het park. Zo wordt Sportpark Glanerbrook steeds groener en aantrekkelijker voor sporters, bezoekers en omwonenden.
Meer weten over het landschap en de keuzes die we hebben gemaakt?
Lees dan zeker ook dit interview met Landschapsontwerper Mark Wieltink en ecoloog Marc Schils.